- Jubileum
Binnen is het rustig. In het werkcafé aan de ronde tafel waar we zitten, klinken op de achtergrond een aantal zachte stemmen. Het pand ademt ruimte en licht. Moeilijk voor te stellen dat de weg hiernaartoe begon in een gebouw met smalle gangen, hoge balies en twee flinke trappen.
Aan tafel zitten Toon Heijnen en Bianca van Hal. Samen goed voor bijna zeventig jaar ADSR-geschiedenis. Als iemand kan vertellen hoe de huisvesting meebewoog met de organisatie, dan zijn zij het.
Voor Toon begon het verhaal nog vóór ADSR. Hij werkte bij Bakx toen het bedrijf failliet ging. “We wisten al dat we werden overgenomen,” vertelt hij nuchter. Wat volgde, was een overstap naar Aan de Stegge. Een overgang die meer betekende dan alleen een nieuwe naam op de gevel.
“Bij Bakx hadden we niks,” zegt Toon. “Geen kerstpakket, geen personeelsvereniging.” Dat veranderde direct. Er kwamen feesten, uitjes, een personeelsvereniging waar hij zelf 25 jaar in het bestuur zat. Weekendjes Maastricht, Brugge. “Dat was toch wel een gewaarwording.”
De verhuizing naar de Vijfhuizenberg markeerde een nieuwe fase. Daar werd gebouwd, uitgebreid, verbouwd. “Alles wat je daar zag, hebben we eigenlijk zelf gemaakt,” vertelt hij. ADSR bouwde letterlijk aan haar eigen thuisbasis.
Bianca herinnert zich vooral de entree. “Als je daar binnenkwam, moest je twee flinke trappen op.” Boven wachtte een hoge balie, een gang en een reeks hokjes. “Je zag eigenlijk niks. Alleen een gang met deuren.”
De receptie zat jarenlang boven. Klanten moesten eerst de trap op voordat ze überhaupt iemand spraken. Later verhuisde de balie naar beneden, een duidelijke verbetering. “Dat was voor de klanten echt fijner,” zegt Toon.
De Vijfhuizenberg was in de loop der jaren meerdere keren verbouwd. Afdelingen werden verplaatst, muren geplaatst en weer weggehaald. “Het was wel hokkerig,” vertelt Bianca. “Onze administratie zat in het uiterste hoekje. We voelden ons soms een beetje de vergeten afdeling.”
Er waren vele hoogtepunten. Een dakterras waar zomerbarbecues werden gehouden. Momenten waarop het team samenkwam, ook buiten de deur. Een plek waar successen op hun eigen, informele manier werden gevierd.
In de periode op de Vijfhuizenberg speelde Cris Neidt, directeur in die periode, een duidelijke rol in hoe het er dagelijks aan toe ging. Niet alleen in de manier van werken, maar ook in de omgeving zelf.
Aan de muren hingen schilderijen en kunst die hij had uitgekozen en verzameld, iets wat het pand een andere uitstraling gaf dan je misschien van een bouwbedrijf zou verwachten. Het maakte het minder strak en zakelijk, en juist wat persoonlijker.
Tegelijkertijd zat datzelfde ook in hoe er met mensen werd omgegaan. Praktisch, direct, maar met oog voor de situatie. Zoals Toon het beschrijft: eerst zorgen dat het thuis goed is, daarna weer verder.
Die combinatie van hoe er gewerkt werd en hoe de plek aanvoelde, typeert voor hen de Vijfhuizenberg in die tijd. Het was de plek waar het grootste deel van de organisatie samenkwam, al zat niet alles op één locatie.
In diezelfde periode zat een deel van ADSR aan de Molenstraat. Niet het hele bedrijf, maar de afdeling Projectontwikkeling, die daar zo’n vijf jaar gevestigd was. Het pand was aangekocht omdat het simpelweg een mooi gebouw was, een plek waarvan gedacht werd dat die goed zou passen bij het bedrijf.
Er lagen ook concrete plannen. Het idee was om het pand te transformeren tot appartementen, een ontwikkeling die ADSR zelf zou uitvoeren. Helaas bleek verbouwen toch geen mogelijkheid door de monumentale status van het pand.
Daarmee veranderde ook de rol van de locatie. Wat begon als een plek met toekomstplannen, werd uiteindelijk een tijdelijke werkplek voor afdeling Projectontwikkeling. Na de verkoop van het pand werd het team weer samengevoegd met de rest van het bedrijf, zodat iedereen opnieuw onder één dak zat.
De verhuizing naar het huidige pand in 2019 voelde als een grote stap. Niet alleen fysiek, maar ook symbolisch.
“We hebben hier zelf gebouwd,” vertelt Bianca. “Vanaf het slaan van de eerste paal was het al bijzonder.” Het nieuwe pand is open, transparant, licht. Geen gangen vol deuren meer, maar zichtlijnen en ontmoetingsplekken.
De overgang viel samen met een andere verandering: van papier naar digitaal. “Op de Vijfhuizenberg hadden we archiefkasten, magazijnen boven. Hier is bijna alles digitaal. Dat is echt een wereld van verschil.”
Ook voor Toon bracht het nieuwe pand veranderingen. De loods werd kleiner dan hij gewend was. “Een grotere loods zou ik zo weer willen,” zegt hij al lachend.
Wat in het nieuwe pand direct opvalt, is de openheid. “Je ziet en spreekt je collega’s meer,” zegt Bianca. “Dat was daar niet zo.”
De vrijdagmiddagborrels vinden nu vaker intern plaats, in het werkcafé. Waar vroeger bijeenkomsten extern werden georganiseerd, is er nu ruimte om samen te komen in het eigen gebouw. Het maakt de organisatie zichtbaarder, toegankelijker.
“Het voelt als thuis,” zegt Bianca. En dat gevoel zat er vanaf dag één.
Toon knikt. Voor hem maakt de locatie minder uit. “Ik ben overal bij geweest,” zegt hij. Wat hem vooral is bijgebleven, is dat hij zich altijd betrokken en gewaardeerd voelde.
Als de vraag op tafel komt wat een volgend pand nooit mag verliezen, wordt het even stil.
“De saamhorigheid,” zegt Bianca uiteindelijk. “Dat moet blijven.”
Toon denkt praktisch. “Een grotere loods,” zegt hij, half serieus, half grappend. Maar ook hij weet dat het daar niet om draait. Wat telt, is dat mensen zich betrokken voelen. Dat oud-collega’s nog steeds komen als er iets te vieren is. Dat je elkaar ook buiten werktijd blijft opzoeken.
Toon heeft thuis zelfs een klein café gebouwd in zijn tuin. Oud-collega’s komen er nog steeds. Eén of twee keer per jaar. “Je hoeft maar te bellen en ze komen.”
De reis van Bakx naar Vijfhuizenberg, via dakterrassen, hokjes, hoge balies en een digitale transitie naar dit moderne pand, laat zien dat huisvesting meer is dan een adres.
Gebouwen veranderen. Indelingen verschuiven. Directies wisselen. Maar wat blijft, is de cultuur die mensen samen maken. En of je nu twee trappen op moet of binnenstapt in een licht werkcafé: uiteindelijk gaat het om de mensen die er iedere dag weer iets van maken.