- Jubileum
Keizersveld 28, Venray. Een laagbouwkantoor aan de rand van de stad, zonder opsmuk. De directie zit bewust beneden. “Wij faciliteren dat er geld verdiend wordt,” zegt Bart van Roy nuchter. Het is een zin die veel vertelt over de cultuur bij Bouwmij Janssen, en over de parallellen met Aan de Stegge Roosendaal. Want als Bart gevraagd wordt wat als eerste bij hem opkomt bij ADSR, is zijn antwoord zonder aarzeling: “Gelijkenis.”
Bouwmij Janssen werd in 2005 overgenomen door de familie Aan de Stegge. Het was toen een klassiek bouwbedrijf met twee poten onder een dak: onderhoud en nieuwbouw. Twee totaal verschillende werelden, twee culturen. Bart besloot te splitsen. Beide bedrijven kwamen er sterker uit. “Niet alles doen, maar focussen,” zegt hij. “Dat is ook wat ik bij Bas en Ramon herken.”
De echte zoektocht begon in de crisisjaren. Bouwmij Janssen moest keuzes maken die pijn deden. Maar uit die periode groeide helderheid. Het bedrijf stopte met zich als kameleon aan te passen aan elke klant en ging op zoek naar een eigen identiteit. Dat leidde tot een visie die nog altijd het kompas is: “Mensen doen zaken, geen bedrijven.”
Het is geen slogan. Het zit in hoe de directie elke week op een andere bouwplaats gaat lunchen in de keet. In hoe ze mensen aannemen. In de ruimte die vaklieden krijgen om eigenaarschap te nemen. Het ziekteverzuim ligt ver onder het branchegemiddelde. “Maar dat zijn gevolgen,” benadrukt Bart. “Resultaat is een gevolg van iets anders. Je moet de juiste keuzes durven maken.”
Een van die keuzes was het veranderen van de positie in het bouwproces. Waar Bouwmij Janssen voorheen een aanbieder van productie was, schuift het bedrijf nu naar de voorkant. Meedenken met de klant, kennis inbrengen over energieprestaties, circulair bouwen, stikstofberekeningen. Het is precies de beweging die Bart ook bij ADSR ziet. “Die zijn ook echt naar voren in het proces opgeschoven,” zegt hij. “Dat betekent dat je veel kennisintensiever moet worden. En daar kun je veel van elkaar leren.”
Bas en Ramon zijn meerdere keren in Venray geweest, en andersom. Niet voor gezamenlijke projecten, want daarvoor liggen de werkgebieden te ver uit elkaar, maar om van elkaar te leren. Bouwmij Janssen werkt met een achtstappenplan van grof naar fijn, waarbij de klant in elke fase de keuze heeft om door te gaan of te stoppen. Bart vergelijkt het met een relatie: je moet er continu aan werken. Die methodiek heeft ook ADSR al gezien.
De bereidheid om kennis te delen is voor Bart een van de grootste krachten van het ASVB-netwerk. “Het is een groep van ondernemende bedrijven met ondernemende mensen,” zegt hij. “Die zoeken het wel op.” Hij heeft het netwerk door de jaren heen zien veranderen. Er was een periode van centralisatie en strakke financiële sturing. Begrijpelijk in crisistijd, maar ook moeilijk. Nu kijkt hij liever vooruit. “Ga niet top-down zitten sturen,” was zijn boodschap aan de huidige ASVB-directie. “Hier zitten ondernemers en die zijn allemaal een beetje eigenwijs. Blijf stimuleren wat goed gaat. Blijf verbinden. Blijf uitdagen.”
Een concreet voorbeeld van die verbindende kracht is het leeratelier. Bouwmij Janssen heeft inmiddels zo’n tien medewerkers laten deelnemen aan de leergangen. Deelnemers leren van leeftijdgenoten bij andere bedrijven en kijken bij elkaar in de keuken. Bart gebruikt het ook bij werving. “Dat je je hier niet alleen binnen dit bedrijf kunt ontwikkelen, maar ook binnen een groter netwerk. Dat vinden mensen echt interessant.”
Als het gesprek naar de toekomst gaat, wordt Bart reflectief. Jongere generaties willen meer keuzes kunnen maken. Meer maatwerk. Meer ruimte om zichzelf te zijn. Bij Bouwmij Janssen merken ze het concreet: het vaste functiehuis past niet altijd meer. Er komt iemand van buiten met een andere wens dan wat de structuren bieden. Op een krappe arbeidsmarkt kun je dan niet zeggen dat het systeem heilig is. Dus gaat het bedrijf het gesprek aan met de eigen mensen. Over flexibiliteit, over arbeidsvoorwaarden, over wat er nodig is om een goede werkgever te blijven.
“Het collectief maakt dat we met elkaar succesvol zijn,” zegt Bart over het ASVB-netwerk. “Dat moeten we met elkaar blijven koesteren, maar je moet ook begrijpen dat mensen meer eigenheid nodig hebben.” Op de vraag welk bedrijf binnen het concern het meest op Bouwmij Janssen lijkt, hoeft hij niet lang na te denken. Roosendaal. Niet alleen vanwege de markt. Maar omdat ze dezelfde taal spreken.
We lopen nog even door het kantoor. In de kantine hangt een grote tekening aan de muur, samen gemaakt in de jaren dat Bouwmij Janssen zichzelf opnieuw uitvond. Op een laagdrempelige manier laat de tekening zien wie ze zijn, hoe ze zich tot elkaar verhouden en op basis waarvan ze hun keuzes maken. Een kompas voor iedereen die hier binnenkomt. Over een paar maanden verhuist het bedrijf naar een nieuw kantoor, midden in het groen. Ook daar zit een visie achter: de werkomgeving is belangrijk voor de mensen. En de mensen, dat is waar het bij Bouwmij Janssen om draait. Net als bij ADSR.