Blogoverzicht

Utiliteitsbouw met Stef Have

Wie over de A58 rijdt ter hoogte van Bosschenhoofd, ziet het bijna terloops. Achter de bomen verschijnt een rij strakke kantoorgebouwen, daarachter de contouren van hangars, en in de verte een landingsbaan. Tien jaar geleden was hier weinig meer dan een grasveld met sportvliegers en parachutespringers. Nu staat er een bedrijvenpark dat beeldbepalend is voor de regio. De man achter die transformatie: Stef Have. Piloot, oud-militair, vastgoedondernemer. Sinds 2008 eigenaar van Breda International Airport. En al zestien jaar opdrachtgever van ADSR.

Veertig plannen, één visie

Het verhaal begint in 2007, wanneer het vliegveld Seppe op de markt komt. Dertien gemeenten en de Kamer van Koophandel willen ervan af. De opdracht aan de nieuwe eigenaar is drieledig: maak het winstgevend, creëer kwaliteit en zorg voor werkgelegenheid. Veertig kandidaten schrijven in. Stef wint niet op prijs, maar op visie.

“Elk vliegveld in Nederland is als landingsbaan verlieslatend,” legt hij uit. “Dat is net als een sportfondsenbad waar schoolkinderen zwemmen. Daar verdien je het niet mee.”

Waar je het wel mee verdient, is vastgoed. Het model van Schiphol, maar dan in het klein. Zijn plan: bouw een stevige vastgoedplint rond de bestaande landingsbaan. Vierentwintig hangars met kantoorgebouwen, een terminal en horeca. Geen aardappelschuren aan de snelweg, maar een beeldbepalend ensemble dat past bij de eenentwintigste eeuw.

In juni 2008 mag hij kopen. In oktober 2008 breekt de economische crisis uit. “De timing was niet ideaal,” zegt hij droog.

Een aannemer om de hoek

Wanneer in 2012/2013 het bestemmingsplan onherroepelijk wordt, zit de bouw diep in de crisis. Aannemers vallen om. Stef zoekt een partner die groot genoeg is voor het project, maar lokaal genoeg om samen aan tafel te blijven zitten als het ingewikkeld wordt.

“Met een aannemer in de buurt kwam je er altijd uit,” vertelt hij. “Met een lokale partij, waarbij je de directeur regelmatig bij de wethouder tegenkomt, is de oplossingsbereidheid groter.”

Dat is de reden om met ADSR in zee te gaan. Ze vormen een bouwteam, omdat het concept – kantoren met hangars op erfpacht – nog moet worden uitgekristalliseerd. Geen blauwdruk die over de schutting gaat, maar samen zoeken naar de juiste mix.

Samen uit, samen thuis

Sindsdien zijn er meerdere fases gebouwd. Niet altijd zonder spanning. Stef moest een deel van de eerste fase met verlies verkopen. Maar de samenwerking bleef.

“Je kunt misschien een paar procent besparen door te wisselen,” zegt Stef. “Maar als oud-militair heb ik wat met samen uit, samen thuis. Je weet wat je aan elkaar hebt.”

Er speelt ook iets anders mee. Stef verkoopt opstallen op erfpacht. Zijn klanten worden zijn buren. Als er iets niet klopt aan de bouwkwaliteit, komt dat terug bij het vliegveld. Die dynamiek houdt iedereen scherp. Maar het werkt ook de andere kant op: ADSR organiseerde in de periode dat het zichzelf aan het heruitvinden was interne sessies op het vliegveld. Het vastgoed dat ze samen hadden neergezet, werd het decor voor hun eigen verandering.

“Dan heb je toch weer mooi vastgoed weggezet, waarbij de locatie en het gebouw inspiratie geven aan de lokale ondernemers.”

Iets dat ergens op lijkt

Het horecapand bij de ingang van het vliegveld vat de ambitie samen. Een rond gebouw met veel glas, gebouwd door ADSR.

“Heel veel mensen denken dat daar de havendienst in zit,” vertelt Stef met zichtbaar plezier. “Maar dat is nou juist de bedoeling. Het moet ergens op lijken wat mensen in de gedachte van een vliegveld brengt.”

Die beeldkwaliteit is voor Stef cruciaal. Het vliegveld ligt aan de A58. Wat automobilisten zien als ze langskomen, bepaalt het imago van de hele regio. Daarom heeft hij het plan aangepast: geen vrije kavels meer, maar twee beeldbepalende gebouwen die het geheel compleet maken. West-Brabant, maar dan eenentwintigste eeuw.

Afmaken wat je begonnen bent

Nu begint de laatste fase van Seppe Airparc. Begin 2027 moet het klaar zijn. Dan is het project na zestien jaar afgerond. Stef heeft ADSR in die tijd zien veranderen, van traditionele aannemer naar een partij die steeds meer als ontwikkelaar opereert. Een beweging die hij herkent en waardeert.

“ADSR is een organisatie die op tijd veranderingen in de markt onderkent en inziet,” zegt hij. “Ik ben ervan overtuigd dat ze dat aankunnen.”

Wat hij ook waardeert, is de structuur van de ASVB: verschillende bedrijven met een eigen gezicht, maar zusterbedrijven die kennis delen. Lokale verantwoordelijkheid, gecombineerd met de kracht van een groter geheel.

“Belangrijk met de relatie met ADSR is dat je het hebt af kunnen maken,” zegt Stef. “Dat helpt hen en dat helpt ons. Het voelt anders dan wanneer ik vier fasen met vier aannemers had gedaan.”

Wie nu over de A58 rijdt, ziet het resultaat. Niet van één bouwfase, maar van zestien jaar samenwerking. Samen uit, samen thuis.