Blogoverzicht

Maatschappelijke impact met Karin Bruijnincx

Stichting Quiet zit in Roosendaal in een deel van KPO Kindcentrum Het Talent dat leeg kwam te staan. Achter de deuren van de voormalige klaslokalen schuilt een wereld die de meeste Roosendalers niet kennen: een naaiatelier in aanbouw, de Q-shop waar members kunnen winkelen met hun bonnenboekje, en een gespreksruimte waar aan de muren overal kaartjes en uitspraken van members hangen. Op een ervan staat: “Jullie maken mijn leven mooier. Geven het een gouden randje.” Karin Bruijnincx, een van de drijvende krachten achter Quiet Roosendaal, neemt plaats op de bank en begint te vertellen.

Twee van de vijfhonderd

Het verhaal van Quiet begint tien jaar geleden in Tilburg, met een man die armoede onder de aandacht wilde brengen. Niet met een collectebus, maar met een glossy magazine: de Quiet 500, een parodie op de Quote 500. Professioneel gefotografeerd, mooi vormgegeven, maar in plaats van vermogens stonden er weekbudgetten in. Het magazine werd gestuurd naar alle vijfhonderd miljonairs op de Quote-lijst. Twee reageerden.

 

Die twee wilden geen liefdadigheid van bovenaf. Ze wilden een community, gedragen door een hele stad. Het principe: ondernemers zetten niet hun geld in, maar hun talent. Een bakker bakt brood voor iemand die het niet kan betalen. Een kapper knipt gratis. Vraag je een kapper om 75 euro, dan zegt hij nee. Vraag je hem om twee mensen te knippen, dan zegt hij altijd ja. Het model verspreidde zich door heel Brabant. Vijf jaar geleden startte Karin Quiet in Roosendaal. Inmiddels telt de stichting meer dan 2500 members in een stad waar meer dan 13.000 mensen onder de armoedegrens leven.

Bescheiden licht op armoede

De samenwerking met Aan de Stegge Roosendaal begon bij een benefietavond die Karin drie jaar geleden organiseerde in De Kring. Quiet wilde laten zien dat de stichting breder gedragen werd dan alleen door de gemeentelijke subsidie, en Karin had een plan.

 

Ze was vooraf eerlijk geweest: een benefietavond betekent dat je geld komt uitgeven. Aan het eind van de avond kreeg iedereen een sticker met ‘ik wil een date’: een uitnodiging om in gesprek te gaan over een structurele bijdrage. Het werkte. Toen de ene ondernemer een sticker opplakte, kon de ander niet achterblijven. ADSR werd die avond ambassadeur: het hoogste niveau van betrokkenheid. Niet alleen financieel, maar met de uitdrukkelijke wens om als bedrijf ook fysiek mee te doen.

Van kerstbomen tot matrassen

Dat fysiek meedoen werd al snel concreet. Het eerste gezamenlijke project was een kerstbomenactie. Quiet had een grote donatie ontvangen, maar niet de mensen en middelen om ze rond te brengen. ADSR wel: aanhangwagens, sterke mannen, een heel bedrijf dat een dag vrijmaakte. De mannen bezorgden de bomen door Roosendaal, terwijl dames van het kantoor kerstballen en lampjes sorteerden. Zo kregen gezinnen niet alleen een kerstboom, maar ook de versiering erbij.

 

Het jaar daarop werd het persoonlijker. Samen besloten Quiet en ADSR matrassen uit te delen,  een duurzaam product waar een gezin jarenlang iets aan heeft. De vraag bleek enorm. Karin kwam in huizen waar kinderen op tuinkussens sliepen of met drie kinderen een eenpersoonsbed deelden. Tweehonderd matrassen werden op een vrijdag bezorgd. En waar de afspraak initieel was om tot de voordeur te brengen, konden de mannen het niet laten dan hier en daar een alleenstaande moeder te helpen door het matras naar boven te brengen.

 

De beelden die ADSR-medewerkers die dag zagen, lieten indruk achter. Lege halletjes zonder kapstok, vloeren zonder kleed. Maar ook kinderen die de bezorgers omhelsden. “Nou heb ik een eigen bed,” zei een kind. De medewerkers kwamen die middag stil terug op kantoor. Karin had hen gewaarschuwd dat ze ellende zouden zien. Maar het zelf meemaken is iets anders dan erover horen.

Niet lullen, maar poetsen

Wat ADSR onderscheidt, is dat de betrokkenheid niet bij de directie stopt. Bas en Ramon willen nadrukkelijk dat het hele bedrijf ervaart wat hun steun betekent: niet alleen de directie die op de benefietavond zat, maar ook de dames op kantoor, de tekenaars, de projectleiders, de timmerlieden. Voor ADSR is het belangrijk dat elke medewerker voelt dat ze deel uitmaken van de gemeenschap waarin ze werken. Dat het niet alleen om bouwen gaat, maar ook om bijdragen. Medewerkers helpen daarom onder werktijd mee aan acties, zodat die verbinding met Roosendaal geen abstract verhaal blijft, maar iets dat je zelf hebt gezien en gevoeld.

 

Het past bij wat Karin “een no-nonsense bedrijf” noemt. “Niet lullen, maar doen. Daarom klikt het zo goed tussen ons.”

Waar je het voor doet

Aan de muur in de gespreksruimte hangt nog steeds dat bordje met die ene uitspraak. “Jullie maken mijn leven mooier. Geven het een gouden randje.” Karin kijkt ernaar als haar wordt gevraagd wat ze ADSR mee wil geven voor de komende veertig jaar. Haar antwoord is kort: “Blijf dit doen. Want zij maken echt letterlijk het leven van mensen een beetje mooier.”